Blog Image

Keti Koti 2013

Ideeën / Materiaal / Activtieiten

Hier kunt u ideeën, materiaal en activiteiten van de EBG Noord-Holland in het kader van 'Keti Koti 2013' of '150 jaar afschaffing van de slavernij' vinden. Wilt u zelf iets bijdragen?Stuur een mail

Elfjes en andere poezie

Ideeën en gedachten Posted on 02 Jun, 2013 20:28:33

Tijdens de bijeenkomst van de vrouwengroep ‘De Fakkel’ over ‘verzoening – mogelijkheid en opdracht’ vroeg Lothy Bouwe Day aan de aanwezigen om Elfjes oder ander gedichten over het onderwerp van de dag te maken.

Hier enkele resultaten van de dag:

Verzoening

geeft vrijheid

maar niet voordat

wij gesproken hebben
over

verleden.

Vieren

met elkaar

samen beleven

proberen loslaten

in geloof meenemen

vrede


Herdenking

dan verzoening

wat bedoelt je

met elkaar gaan
praten

acceptatie


Dialoog

met elkaar blijven praten

luisteren naar elkaar

elkaar aannamen zoals
men is

het slaafse verleden
vergeten


Erkenning

het gesprek

over de fouten

dat geeft begrip /
ruimte

beweging


Erkenning

inleven

samen doen

elkaar ruimte geven

aanvaarden


Erkenning

is weerzijds

toegeven wat was

met elkaar kunnen
praten

verzoening


Herdenking

terugblikken,
vooruitkijken

voelen, horen, praten

niet zij, maar wij

samen


erkenning voor
iedereen

verzoening is belangrijk
voor ons allemaal

dan kunnen wij
samenleven



EERHERSTEL

Ideeën en gedachten Posted on 02 Jun, 2013 19:57:50

Op 1 juli 2013 wordt door
nazaten van slaafgemaakten en slavenhouders de afschaffing van de slavernij in
de Nederlandse koloniën herdacht. Al in 2012 begonnen kerken en andere instellingen
aandacht te besteden aan het slavernijverleden en nazaten van slaafgemaakten en
slavenhouders te motiveren om in de toekomst samen de afschaffing van de
slavernij te vieren.

Zoals
bij elke herdenking het geval is, dienen ook dit jaar helden en heldinnen die
actief waren in het verzet tijdens de slavernij te worden herdacht. Bij het schrijven
van deze column denk ik aan de negen verzetsstrijders die in 1832 door middel
van brandstichting een Vrij Suriname wilden afdwingen maar werden opgepakt. De
25jarige Winst en 60jarige Tom werden onthoofd. De 16jarige Frederik, 30jarige Betsy
(een vrouw), 14jarige Christiaan en 35jarige Henry ondergingen eerst
zweepslagen met tamarinderoeden en werden vervolgens geboeid weggevoerd om ‘dwangarbeid’ te verrichten. De 30jarige
Kodjo, 20jarige Mentor en 20jarige Present werden op 26 januari 1833 in het openbaar
aan een houten paal vastgebonden, met teer overgoten en levend verbrand. Op 26
januari 2000 volgde eerherstel, door de omgeving waar dit lugubere schouwspel
plaatsvond te vernoemen naar de verzetsstrijders Kodjo, Mentor en Present: “Kodjo Mentor en Present-pren”.

Door
gebeurtenissen in het slavernijverleden vanuit vernieuwende inzichten te
beschrijven komt er meer ruimte vrij voor vernieuwende interpretaties van die
gebeurtenissen. Kennis vanuit nieuwe inzichten en nieuwe interpretaties kan vervolgens
leiden tot bezinning, en de mogelijkheid openen dat nazaten van slaafgemaakten
en slavenhouders de afschaffing van de slavernij samen kunnen verwerken en in
de toekomst samen kunnen vieren.

Sylvia Kortram

Literatuur:

Caprino, M.H. (2005). De rechtszaak tegen Codjo, Mentor, Present
en anderen
. Paramaribo: Afaka International.

Ferrier, L.H. Korrespondentie van J.H. Lance, Rechter bij
het gemengd Gerechtshof te Paramaribo 1822-1833.
In: mededelingen van het
Surinaams Museum no. 40.

Hira, S. (1983). Van Priary tot en met De Kom. De
geschiedenis van het verzet in Suriname 1630-1940
. Rotterdam: Futile.



Het nut van de Surinaamsche Huishoud- en Industrieschool

Ideeën en gedachten Posted on 02 Apr, 2013 12:09:59

De herdenking van de 75ste
verjaardag van de emancipatie (in 1938) stond in het teken van ‘de stichting van iets blijvends in het
belang van het Surinaamsche meisje en wel in den vorm van een Surinaamsche
Huishoud- en Industrieschool’
. Het Emancipatie Herdenkings Comité (EHC) bestond
uit een Heren en een Damescomité. Het Damescomité zou zich speciaal bezig
houden met de voorbereiding van aangelegenheden van de Huishoudschool onder de
algemene leiding van het Herencomité. Gouverneur Kielstra (1933-1944) werd
beschermheer van dit EHC, dat in november 1938 het volk een huishoudschool
aanbood ‘voor leerlingen van alle rang en
stand zonder onderscheid van godsdienst, waar zowel het eenvoudige volksmeisje
van de lagere school als het meisje dat de U.L.O of M.U.L.O school had
doorlopen, gelegenheid krijgt gevormd te worden voor de taak, die haar wacht in
het huisgezin en in de maatschappij.

In het dagblad De
Surinamer van 6 april 1938 is een open brief opgenomen van de in Suriname
wonende Hollandse mevrouw Oostburg-Cop van de YWCA Suriname. Zij zag de
huishoudschool als een weeldeartikel dat handen vol geld zou gaan kosten en
waarvan de noodzakelijkheid op korte termijn door velen niet werd ingezien. Volgens
haar was ‘de grote schare van volkskinderen
het belangrijkste probleem en diende eerst alle aandacht geschonken te worden
aan de morele opvoeding van een volk, alvorens men zich blind ging staren op
praktische en culturele waarde
. Zij stelde het EHC voor de plannen uit te
stellen tot betere tijden.

Het EHC reageerde
door te stellen dat de open brief van Oostburg-Cop een tendentieus karakter had
en wees haar erop dat het EHC uit een Heren- én een Damescomité bestond. Het
EHC gaf aan dat de huishoudschool langzamerhand zal voorzien in de in Suriname
gevoelde leemten en behoeften van meisjes uit verschillende doelgroepen. Het
EHC benadrukte dat morele fouten zich in geen enkele maatschappij alleen
beperken tot de lagere volksklasse, en verwees naar het buitenland waar grote
waarde wordt gehecht aan de gunstige invloed van huishoudscholen op de vorming
van de vrouw.

De visie van de
Hollandse mevrouw Oostburg-Cop is een heel andere dan die van Sophie Redmond,
Suriname’s meest bekende huisarts, die op deze huishoudschool op 9 oktober 1941
het certificaat ‘Koken speciaal fijne
keuken’
behaalde en op 21 juli 1947 het certificaat ‘Onderwijs in den snelcursus voor de naaldvakken, costuum en
linnennaaien’
. De certificaten die Sophie Redmond op de huishoudschool
heeft behaald kunnen worden gezien als een statement. Wellicht heeft Sophie
Redmond met het behalen van haar huishoudschooldiploma’s een signaal willen
afgeven, dat de huishoudschool kan voorzien in leemten en behoeften van meisjes
en vrouwen uit alle groepen in de samenleving, ongeacht hun opleiding of status.

Literatuur

Aurora’. Het Eerste Surinaamse Maandblad voor
de Vrouw sept./okt. 1950:285-288

De Surinamer 6 april 1938

Emancipatie Courant 1938.



Een reis naar de bevrijdingsweek in 1863

Ideeën en gedachten Posted on 17 Feb, 2013 21:14:59

Op 1 juli 2013 is het 150 jaar geleden dat de
slavernij in de Nederlandse koloniën werd afgeschaft. Om te illustreren hoe men
het geheugen van de vrijgemaakten probeerde te beïnvloeden, neem ik u mee op
een reis naar de bevrijdingsweek in juli 1863.

Episode
1: In Ons Suriname (1911) beschrijft
EBG- dominee Weiss gebeurtenissen in de bevrijdingsweek in 1863. Hij schrijft
dat op de vooravond van de afschaffing van de slavernij een kerkdienst voor de
slaafgemaakten werd gehouden: ‘met allen
nadruk werden ze er toe vermaand alle zonden voor den Heer te belijden die
zij als slaven tegen Hem hadden bedreven
en den feestdag te vieren met
een verzoend hart
.’
In de kerkdienst werd er met geen woord gerept over
de gepleegde misdaden tegen de slaafgemaakten.

Episode
2: Op de dag van de bevrijding (1 juli 1863) en daags daarna zongen de
vrijgemaakten de volgende Sranantongo tekst die hen door Europese zendelingen
werd aangereikt (ik geef slechts enkele regels van het eerste couplet weer):

Gi Koning Wilhelm bigi nen en tjari tangi
kong

(maak groot de naam van Koning Willem III en kom met dankzeggingen)

Kon Singi Swietie, prijze hem, a doe wan
bigi boen
(laten
wij voor hem zingen, hem prijzen, hij heeft een grote daad verricht)

A poti alla srafoe free a poeroe wie na
sjing
(hij
heeft alle slaafgemaakten vrijgemaakt, hij heeft ons van de schande verlost)

Dit
koningslied dat niet rept over bloed, zweet en tranen die de zich vrijgevochten
slaven bij hun vrijheidsstrijd hebben vergoten, heeft decennialang in de gezangenbundel
van de Evangelische Broedergemeente gestaan.

Illustreert
episode 1 een selectief vergeten, in episode 2 is een selectief onthouden
zichtbaar. De episodes illustreren hoe de Kerk de tot slaafgemaakten, op de
eerste dagen van hun nieuwe bestaan een vervalste herinnering in het geheugen
heeft willen prenten en daarmee geschiedvervalsing in de hand werkte. De
therapeutische inzet was om de vrijgemaakten de tegen hen gepleegde misdaden te
doen vergeten en de mensonterende herinneringen uit hun geheugen te bannen.
Vanuit het oogpunt dat het niet gaat om het voorkómen van lijden maar om het
dragen ervan, probeerde de EBG Kerk een begeleidende rol in de postslavernij-samenleving
in Suriname te claimen.

150
jaar na afschaffing van de slavernij is de tijd aangebroken, dat nazaten van de
slaafgemaakten en vrijgekomen én nazaten van de voormalige slavenhouder en
kolonisator oprecht met elkaar in discussie gaan hoe met het slavernijverleden
om te gaan en welke plaats de EBG in die discussie wenst in te nemen.

Literatuur:

Kortram,
S. (2002). Collectieve herinneringen. Over het nut van een Nationaal Monument

Slavernijverleden. In: Lover. Tijdschrift over Feminisme, Cultuur en Wetenschap. September
2002, pg. 20-23

Oude
EBG-gezangenbundel.

Weiss,
H. (1911). Ons Suriname. Utrecht:
J.V. Boekhoven.

De columniste:

Sylvia Kortram heeft
‘Vrouwenstudies’ en ‘Gezondheidsstudies’ gestudeerd aan de Universiteit
Utrecht. De afgelopen jaren heeft zij een wetenschappelijk promotieonderzoek
gedaan naar leven en werk van de Surinaamse huisarts Sophie Redmond (het boek
is nog niet verschenen). Sylvia Kortram is ambtenaar van beroep.