Op 1 juli
a.s. herdenken de inwoners van Suriname, de Nederlandse Antillen en de vele Surinamers en Antillianen in
ons land de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863.

Op 8 augustus 1862 werd in Nederland bij wet bepaald dat de emancipatie(
afschaffing) op 1 juli 1863 zou plaats vinden. Gedurende 10 jaar daarna waren de voormalige slaven nog wel
verplicht om werkovereenkomsten aan te gaan, hoewel zij vrij waren in de keus
van hun werkgever. Dit gebeurde om economische redenen. De Overheid was bang dat de plantages
anders failliet zouden gaan wegens gebrek aan werkkrachten.
De zendelingen van de Evangelische Broedergemeente ( Hernhutters) trachtten in de weinige maanden die nog restten
gebruik te maken om de slaven te
Paramaribo en op de plantages voor te bereiden op hun vrijheid.

Op 30 juni 1863 werd op vele plaatsen door de Herrnhutters een kerkdienst
gehouden. Op die dag hadden de schoenwinkels het erg druk. Slaven mochten niet op
schoenen lopen, maar vanaf 1 juli waren zij vrije mannen en vrouwen.

Eenentwintig kanonschoten kondigden op 1
juli 1863 om zes uur ’s-morgens de vrijverklaring van 33.621 slaven in Suriname
aan. Elke plantage beleefde dit uur ieder op zijn eigen wijze. Op de
plantages en in Paramaribo werden
Dankdiensten gehouden.
In de Grote Stadskerk van de Broedergemeente in Paramaribo (zie afbeelding) was de centrale
tekst van de preek:

‘Indien de Zoon u zal vrijgemaakt
hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijn”(Johannes 8:36).

Er werden dubbele Diensten gehouden om alle mensen deze bijzondere
Dienst te laten bijwonen. ’s-Avonds vond in tegenwoordigheid van vele hoogwaardigheidsbekleders
nog een liturgische Dank-en Bededienst plaats.


Verleden:

Afrikanen werden voor het eerst tot
slaven gemaakt door Portugezen in 1442. Omstreeks 1519 kwamen de eerste slaven aan in Amerika. Het laatste schip dat
slaven naar Amerikavervoerde was in 1867.

In Engeland werd de slavenhandel al in 1807 afgeschaft. De bevrijding van de slaven vond in de Engelse koloniën plaats in 1834; in Frans
West-Indië in 1843 op de Deense eilanden in het Caribisch gebied in 1849. Nederland kon niet achterblijven. In 1842 werd in ons land de ‘Nederlandsche
Maatschappij tot Bevordering van de afschaffing der Slavernij’ , op Engels initiatief, in Den Haag opgericht. Tussen 1842 en 1855
bracht deze Maatschappij niet veel tot stand. In 1855 werd een eigen maandblad uitgegeven. Hierdoor werd een veel groter publiek bereikt met denkbeelden en eisen om te komen tot
afschaffing van de slavernij.

Vanuit de kringen van het Reveil o.a. Da Costa, Bilderdijk en Groen van
Prinsterer werd bij Koning Willem III aangedrongen
tot vrijlating van de slaven in onze koloniën. Door politieke onenigheid duurde het in Nederland erg lang voordat ook in onze koloniën de slavernij werd afgeschaft.

In 1852 verscheen de Nederlandse vertaling van ‘De Negerhut van oom Tom’. De
misstanden in dit boek geschreven door Harriet Beecher Stowe riepen in veel landen grote verontwaardiging op. In Amsterdam bestond een Dames Comité met als doel: Bevordering van de Evangelieverkondiging en de afschaffing van de slavernij dat nauwe banden had
met kringen van het Reveil. In 1856 werd door dit Comité 9500 gulden
bijeengebracht om 79 slaven vrij te kopen in Suriname.

Vanuit het Nederlandse Slavenfort Elmina in Ghana werden de slaven verscheept
en verhandeld. In de kapel van dit fort
kon men lezen: “Want de Heere heeft Sion uitverkoren”, met andere woorden ‘God is met ons’ Deze kapel stond boven de kelders waar de slaven waren vastgeketend. Misschien hebben zij geketend naar de psalmen geluisterd van de kapitein en
zijn bemanning. Hoe wrang! Voor Afrikaanse theologen is fort Elmina symbool voor de schuld van de
christenen in deze geschiedenis.

Tussen 1650 en 1867 werden 27.227
transatlantische slavenreizen gemaakt. De aantallen weggevoerde slaven worden geraamd tussen de 11 en 13
miljoen, maar er zijn schattingen van 20 miljoen. Het Nederlandse aandeel wordt
geschat op 500.000 personen.

1 juli 2013 is een bijzondere dag.
Een dag om te herdenken en een dag om te verzoenen.
De Protestantse Kerk in Nederland zal die dag moeten erkennen dat de vroegere
kerk mede verantwoordelijk is geweest voor deze slavernij.

De Raad van Kerken in Nederland brengt
het slavernijverleden onder de aandacht van de lidkerken. De schuldvraag wordt
niet uit de weg gegaan.

Yosé Höhne-Sparborth is namens de Basisbeweging lid van de Raad van Kerken.
Deze beweging wil verbindingen leggen tussen kerken en organisaties. In
Afrogemeenschappen in Colombia zag zij
hoe de slavernij mensen blijvend heeft beschadigd. Drie eeuwen slavernij gaan in je lijf zitten, in je botten, in je genen. 150 jaar afschaffing slavernij lijkt heel lang geleden, maar wat is 150 jaar. Ik heb verschillende Surinamers gekend
wier grootouders op 1 juli 1863 vrije
mensen werden. Dus zo lang is het nog niet geleden.

De Raad van kerken heeft de gemeenten opgeroepen in de eigen woonplaats te
kijken naar een monument, gebouw of erfstuk dat met de slavernij te maken heeft.
Zijn er in Alkmaar ook sporen te vinden die met het slavernij verleden te maken
hebben? Het onderzoeken waard!

Behoort de slavernij tot het verleden?

Caroly Houmes, directeur van International Justice Mission (IJM) Nederland schat dat op
dit moment 27 miljoen mensen wereldwijd in slavernij leven. Per jaar gaat er 25
miljard euro om in deze snelst groeiende criminele industrie. Ook na 150 jaar moeten wij alert blijven op alle vormen van slavernij die ons
bedreigen.

Br. A. Visser
lid van de Evangelische Broedergemeente
In Nederland/Alkmaar-Heerhugowaard
lid van de Protestantse Kerk in Nederland