De herdenking van de 75ste
verjaardag van de emancipatie (in 1938) stond in het teken van ‘de stichting van iets blijvends in het
belang van het Surinaamsche meisje en wel in den vorm van een Surinaamsche
Huishoud- en Industrieschool’
. Het Emancipatie Herdenkings Comité (EHC) bestond
uit een Heren en een Damescomité. Het Damescomité zou zich speciaal bezig
houden met de voorbereiding van aangelegenheden van de Huishoudschool onder de
algemene leiding van het Herencomité. Gouverneur Kielstra (1933-1944) werd
beschermheer van dit EHC, dat in november 1938 het volk een huishoudschool
aanbood ‘voor leerlingen van alle rang en
stand zonder onderscheid van godsdienst, waar zowel het eenvoudige volksmeisje
van de lagere school als het meisje dat de U.L.O of M.U.L.O school had
doorlopen, gelegenheid krijgt gevormd te worden voor de taak, die haar wacht in
het huisgezin en in de maatschappij.

In het dagblad De
Surinamer van 6 april 1938 is een open brief opgenomen van de in Suriname
wonende Hollandse mevrouw Oostburg-Cop van de YWCA Suriname. Zij zag de
huishoudschool als een weeldeartikel dat handen vol geld zou gaan kosten en
waarvan de noodzakelijkheid op korte termijn door velen niet werd ingezien. Volgens
haar was ‘de grote schare van volkskinderen
het belangrijkste probleem en diende eerst alle aandacht geschonken te worden
aan de morele opvoeding van een volk, alvorens men zich blind ging staren op
praktische en culturele waarde
. Zij stelde het EHC voor de plannen uit te
stellen tot betere tijden.

Het EHC reageerde
door te stellen dat de open brief van Oostburg-Cop een tendentieus karakter had
en wees haar erop dat het EHC uit een Heren- én een Damescomité bestond. Het
EHC gaf aan dat de huishoudschool langzamerhand zal voorzien in de in Suriname
gevoelde leemten en behoeften van meisjes uit verschillende doelgroepen. Het
EHC benadrukte dat morele fouten zich in geen enkele maatschappij alleen
beperken tot de lagere volksklasse, en verwees naar het buitenland waar grote
waarde wordt gehecht aan de gunstige invloed van huishoudscholen op de vorming
van de vrouw.

De visie van de
Hollandse mevrouw Oostburg-Cop is een heel andere dan die van Sophie Redmond,
Suriname’s meest bekende huisarts, die op deze huishoudschool op 9 oktober 1941
het certificaat ‘Koken speciaal fijne
keuken’
behaalde en op 21 juli 1947 het certificaat ‘Onderwijs in den snelcursus voor de naaldvakken, costuum en
linnennaaien’
. De certificaten die Sophie Redmond op de huishoudschool
heeft behaald kunnen worden gezien als een statement. Wellicht heeft Sophie
Redmond met het behalen van haar huishoudschooldiploma’s een signaal willen
afgeven, dat de huishoudschool kan voorzien in leemten en behoeften van meisjes
en vrouwen uit alle groepen in de samenleving, ongeacht hun opleiding of status.

Literatuur

Aurora’. Het Eerste Surinaamse Maandblad voor
de Vrouw sept./okt. 1950:285-288

De Surinamer 6 april 1938

Emancipatie Courant 1938.