Op 1 juli 2013 is het 150 jaar geleden dat de
slavernij in de Nederlandse koloniën werd afgeschaft. Om te illustreren hoe men
het geheugen van de vrijgemaakten probeerde te beïnvloeden, neem ik u mee op
een reis naar de bevrijdingsweek in juli 1863.

Episode
1: In Ons Suriname (1911) beschrijft
EBG- dominee Weiss gebeurtenissen in de bevrijdingsweek in 1863. Hij schrijft
dat op de vooravond van de afschaffing van de slavernij een kerkdienst voor de
slaafgemaakten werd gehouden: ‘met allen
nadruk werden ze er toe vermaand alle zonden voor den Heer te belijden die
zij als slaven tegen Hem hadden bedreven
en den feestdag te vieren met
een verzoend hart
.’
In de kerkdienst werd er met geen woord gerept over
de gepleegde misdaden tegen de slaafgemaakten.

Episode
2: Op de dag van de bevrijding (1 juli 1863) en daags daarna zongen de
vrijgemaakten de volgende Sranantongo tekst die hen door Europese zendelingen
werd aangereikt (ik geef slechts enkele regels van het eerste couplet weer):

Gi Koning Wilhelm bigi nen en tjari tangi
kong

(maak groot de naam van Koning Willem III en kom met dankzeggingen)

Kon Singi Swietie, prijze hem, a doe wan
bigi boen
(laten
wij voor hem zingen, hem prijzen, hij heeft een grote daad verricht)

A poti alla srafoe free a poeroe wie na
sjing
(hij
heeft alle slaafgemaakten vrijgemaakt, hij heeft ons van de schande verlost)

Dit
koningslied dat niet rept over bloed, zweet en tranen die de zich vrijgevochten
slaven bij hun vrijheidsstrijd hebben vergoten, heeft decennialang in de gezangenbundel
van de Evangelische Broedergemeente gestaan.

Illustreert
episode 1 een selectief vergeten, in episode 2 is een selectief onthouden
zichtbaar. De episodes illustreren hoe de Kerk de tot slaafgemaakten, op de
eerste dagen van hun nieuwe bestaan een vervalste herinnering in het geheugen
heeft willen prenten en daarmee geschiedvervalsing in de hand werkte. De
therapeutische inzet was om de vrijgemaakten de tegen hen gepleegde misdaden te
doen vergeten en de mensonterende herinneringen uit hun geheugen te bannen.
Vanuit het oogpunt dat het niet gaat om het voorkómen van lijden maar om het
dragen ervan, probeerde de EBG Kerk een begeleidende rol in de postslavernij-samenleving
in Suriname te claimen.

150
jaar na afschaffing van de slavernij is de tijd aangebroken, dat nazaten van de
slaafgemaakten en vrijgekomen én nazaten van de voormalige slavenhouder en
kolonisator oprecht met elkaar in discussie gaan hoe met het slavernijverleden
om te gaan en welke plaats de EBG in die discussie wenst in te nemen.

Literatuur:

Kortram,
S. (2002). Collectieve herinneringen. Over het nut van een Nationaal Monument

Slavernijverleden. In: Lover. Tijdschrift over Feminisme, Cultuur en Wetenschap. September
2002, pg. 20-23

Oude
EBG-gezangenbundel.

Weiss,
H. (1911). Ons Suriname. Utrecht:
J.V. Boekhoven.

De columniste:

Sylvia Kortram heeft
‘Vrouwenstudies’ en ‘Gezondheidsstudies’ gestudeerd aan de Universiteit
Utrecht. De afgelopen jaren heeft zij een wetenschappelijk promotieonderzoek
gedaan naar leven en werk van de Surinaamse huisarts Sophie Redmond (het boek
is nog niet verschenen). Sylvia Kortram is ambtenaar van beroep.